Uit: “De Glorieuze Parel” van shaykh ‘Umar bin Habib al-Hafiẓ
Vertaald door: Harun ar-Rashid
Hoe het begrafenisgebed te verrichten (salāt al-janāzah)
1. De intentie (niyyah) vormen om het gebed te verrichten als een gemeenschappelijke verplichting (farḍ al-kifāyah) en daarna Allahu akbar [1] zeggen.
2. Surat al-Fātiḥah reciteren en opnieuw Allahu akbar [2] zeggen.
3. Zegeningen over de Profeet (r) en zijn familie uitspreken. De beste vorm van zegening over de Profeet is het “Ibrahimiyyah” – (smeek)gebed. Hierna Allahu akbar [3] zeggen.
4. Bidden voor de overledene, het minimum dat gezegd moet worden is:
اللّهُمَّ ٱغفرلَهُ وَ ارحَمهُ
“O Allah, vergeef hem en heb genade met hem”
Read MoreAyyuha as-sadah. Is het toegestaan voor een volger (mubtadi) om de recitatie van de imam in een musḥaf te volgen terwijl men salāt ut-tarāwīh bidt? Jazākum-Allah wa yubārik fikum.
Antwoord:
Het onderwerp van het lezen uit een musḥaf in gebed wordt ter sprake gebracht door onze fuqahā op twee plaatsen. Ten eerste komt het voor in Bab Ṣifāt al-Ṣalāh onder de paragraaf die gaat over de vierde pilaar (rukn) van het gebed, de recitatie van al-Fātiḥah. Imam ar-Ramli zegt in Nihāyat al-Muḥtāj:
(فإن جهل الفاتحة) ولم يمكنه تعلمها لضيق وقت أو بلادة ولا قراءتها في نحو مصحف…. فينتقل الى البدل(فسب آيات)
(An-Nawawi: indien men de Fātiḥah niet kent:) en [men] niet in staat is deze (surah) te leren vanwege onvoldoende tijd, stomheid en niet in staat is deze (surah) te reciteren uit een musḥaf…wendt men zich tot datgene wat daarvoor in de plaats komt (An-Nawawi: dan zeven verzen). (Nihāyat al-Muḥtāj 1/484-485)
Shaykh Sa’id Ba’Ishn vermeldt iets soortgelijks in Bushrah al-Karim:
الرابع من الأركان: قراءة الفاتحة في قيام كل ركعة أو بدله في الفرض و النفل للمنفرد وغيره في السرية والجهرية حفظا أو تلقينا أو نظرا في مصحف
“De vierde pilaar van het gebed is recitatie van al-Fātiḥhah terwijl men staat, of wat staan vervangt, in iedere raka’ah, zowel in de verplichte als de vrijwillige gebeden, voor de persoon die alleen bidt en de persoon die met een groep bidt, in hoorbare en onhoorbare gebeden, hetzij vanuit het geheugen, instructie of het kijken naar een musḥaf.” (Bushrah al-Karim 1/202)
Het onderwerp wordt voor een tweede keer behandeld onder de discussie over het ongeldig worden van het gebed door overmatige bewegingen. Imam Ramli zegt:
ويستحب الفعل القليل لقتل نحو عقرب ويكره لغير ذلك ولو فتح كتابا وفهم مافيه أو قرأ في مصحف وإن قلب أوراقه أحيانا لم تبطل لأن ذلك يسيرا وغير متوال لا يشعر بالاعراض
“Een kleine hoeveelheid (aan) bewegingen is aanbevolen wanneer men de bedoeling heeft een schorpioen of iets dergelijks te doden en wordt afgekeurd in andere omstandigheden. Indien men een boek opent en begrijpt wat er gelezen wordt of leest uit een musḥaf, zelfs pagina’s omslaand van tijd tot tijd, zal dit niet het gebed ongeldig maken omdat zulke bewegingen als gering worden beschouwd.” (Nihāyat al-Muḥtāj 2/51)
De volgende gebeurtenis overgeleverd door Ibn Abi Mulaykah is aangehaald als bewijs voor de geldigheid van het reciteren uit de musḥaf in gebed:
أن عائشة كان يؤمها غلامها ذكوان في المصحف
“ ‘Ā’ishah werd in het gebed geleid door haar slaaf Dhakwan terwijl ze uit de musḥaf las.”
Dit werd opgenomen door Imam Abu Dawud in Kitāb al-Masāhif. In Fatḥ al-Bari merkt Hafiẓ Ibn Ḥajar het volgende over de bewoording ‘”fi’l-mushaf” op:
“De toelaatbaarheid van het lezen uit de musḥaf in gebed is hieruit afgeleid en enkele geleerden verboden de toepassing (daarvan) vanwege het feit dat het overmatige bewegingen inhoudt in het gebed.”
Allah weet het het beste.
Beantwoord door: Sidi Mahmud Adams
Geredigeerd en vertaald door: Harun ar-Rashid ‘Abd ul-Mujib
Read More
Vraag:
Leg alstublieft de correct methode uit van het opheffen van de handen na de ruku (vooroverbuiging) en de eerste sajdah voor de Shawafih (d.w.z. de Shafi’i's).
Antwoord:
De beste manier om je handen op te heffen na de ruku is door de handen op te heffen vanaf de knieen wanneer men rechtop begin te staan, ze daarna opheffende tot schouderniveau evenals samen met het hoofd (al-Kāshifah: 62), je vingertoppen zijn evenredig aan de tip van de oren, duimen in lijn met de oorlellen, en (hand)palmen met je schouders, vingers lichtelijk uit elkaar gespreid, de (hand)palmen richting de qiblah, zeggende “samiʿaLlahu liman ḥamidah.” Wanneer men rechtop staat, zegt men “Rabbanā (wa) lakal ḥamd.” (al-Majmūʿ: 3: 271-272) Wanneer men omhoogt komt uit de eerste sajdah, heft men het hoofd op en zit men voor een tweede keer te prosterneren, de beste manier is te zeggen “Allahu akbar”, als men het hoofd opheft (zonder de handen op te heffen, te zitten in “iftirāsh”, hetgeen de linkervoet vlak leggen is en te zitten op de enkel terwijl men de rechtervoet op de grond houdt met de tenen, hielen omhoog.
Daarna plaatst men beide handen op de dijen in de buurt van de knieën, vingers uitgestrekt en bij elkaar gehouden (ibid: 288), en daarna reciteert men de duʿā, “Rabbighfirlī, warḥamnī, wajburnī, warfaʿnī, warzuqnī, wahdinī, waʿāfinī, waʿfuʿannī.” (al-Tuhfah, 1: 301)
Allah de Allerhoogste weet het het beste.
Beantwoord door:
Abdullah Muhammad al-Marbuqi al-Shafi‘i.
Shafiifiqh.com
Vertaald en geredigeerd door Harun ar-Rashid ‘Abd ul-Mujib
Read More
Vraag: Wie wordt toegestaan om het gebed te leiden en achter wie is het voor ons toegestaan om te bidden?
Antwoord:
الحمد لله رب العالمين, وصلى الله على سيدنا محمد وعلى آله وصحبه أجمعين, وبالله التوفيق
Het is niet toegestaan en ongeldig een imam te volgen die:
· Een persoon is waarvan bekend is dat zijn Salaah ongeldig is zoals een niet-moslim, iemand die krankzinnig is, een persoon in een toestand van rituele onreinheid (hadath) verkeert of die vuiligheid (najaasah) op zijn lichaam of kleding heeft.
· Een volgeling die gelooft dat de Salaah van zijn imam ongeldig is, zoals een Shafiʿ i die een Hanafi volgt, die zijn private lichaamsdelen aanraakte. De muʿtamad mening van de madhhab is overeenkomstig de madhhab van de volgeling (al-Minhaj 1: 231). Er is echter een tweede mening in onze school en dat is dat het oordeel hierover overeenkomstig de madhhab van de imam van Salaah is, en dit is de mening van Imam al-Qaffal, al-Manṣūṣ en de Jumhur (meerderheid). (al-Najm al-Wahhāj: 2: 347).
· Een persoon die een ander persoon (muqtadi) volgt of een persoon voor wie het verplicht is zijn Salaah te herhalen.
· Een vrouw of een hermafrodiet die mannen leidt (in het gebed).
· Iemand die een letter van al-Fatihah weglaat of verkeerd uitspreekt die iemand leidt die het weet, of een stomme, of iemand die de woorden onduidelijk uitspreekt zodat de letters niet van elkaar te onderscheiden zijn, of iemand die lispelt.
Indien men er na het gebed achterkomt dat de imam een van de bovengenoemden was, dan moet men het gebed inhalen (opnieuw verrichten), tenzij de imam vuiligheid op zich droeg die verborgen was, of als hij in een toestand van rituele onreinheid verkeerde, in welke gevallen men het niet dient in te halen. (al-Minhaj 1: 231, ”Reliance of the Traveller”, pag. 183)
Het is toegestaan voor:
· Een persoon die wudu (rituele wassing) verricht een persoon te volgen die tayammum (droge wassing) verricht of over de khuff (leren sokken) veegt.
· Een persoon die staat degene die zit te volgen of iemand die zichzelf ondersteunt terwijl hij het gebed leidt.
· Een vrije volwassen persoon om een mumayyiz ((d.w.z. iemand die tamyiz – onderscheid – kan maken en min of meer zelfstandig is in het verrichten van bepaalde handelingen zoals eten en drinken en zichzelf reinigen na een bezoek aan het toilet; zie The Glorious Treasure, pag. 4, noot T5 en pag. 40 van Nail ur-Rajaa bi Sharh Safinatu’n-Najaa van shaykh as-Sayyid Ahmad bin ‘Umar al-Shatri)) kind of een slaaf te volgen.
· Niet-blinden de blinde te volgen, ook voor de gezonde persoon om een persoon met incontinentie van urine (met ale daaraan verbonden voorwaarden) te volgen, en een niet-bloedende vrouw een vrouw die mustahadah ghayr mutahayyirah (onverwarde vaginale bloeding) is te volgen. (al-Minhaj: 1: 232)
والله تعالى أعلم
En Allah de Allerhoogste weet het het beste.
Beantwoord door:
‘Abdullah Mohammed al-Marbuqiʿ ī al-Shafi’i
Gecontroleerd door:
al-Ustadh Fauzi al-Shafiʿ ī
Vertaald en bewerkt door: Harun ar-Rashid ‘Abd ul-Mujib
Read More
Imam An-Nawawi zegt in zijn Majmu ‘:
“Er is volgens ons [d.w.z. de Shafi'i's] geen verschil van mening dat het wajib (verplicht) is de Basmalah ((hetgeen het zeggen van Bismillahi’r-Rahmaani’r-Rahim is)) te reciteren aan het begin van iemand’s recitatie van Surat al-Fatihah en dat de Salaah (het gebed) niet juist is zonder dit te [reciteren] want dit net als de rest van al-Fatihah. Ash-Shafi’i en zijn metgezellen zeiden: En het is Sunnah de basmalah hardop te reciteren in de gebeden die hardop gezegd worden en in de [tweede] surah, en over deze kwestie is er geen verschil van mening tussen ons [Shafi'i's]. ” [al-Majmu', Vol 3., pag. 289, gepubliceerd door Maktabat al-Irshad, geredigeerd door Mohammed al-Najib Muti'i]
Dus omdat het een Sunnah is, hier met de betekenis van een aanbevolen handeling, om de basmalah hardop te reciteren in de gebeden die hardop gezegd worden (Salaat al-Jahriyyah, d.w.z. Fajr, Maghrib en ‘Ishaa), en niet een verplichting, wordt iemand’s Salaah niet ongeldig als men dit niet hardop (luid) reciteert (jahran). Indien men echter de Basmalah in het geheel niet reciteert - zelfs niet van binnen tegen jezelf (sirran), dan wordt iemand’s Salaah ongeldig volgens de dominerende mening van de school.
Tot slot zouden we willen vermelden dat het is toegestaan voor de Shafi’i een imam van een andere school te volgen zolang men er zeker van is dat hij niet een verplicht onderdeel van de Salaah heeft weggelaten. Naqib Ibn al-Misri noemt in zijn ” ‘Umdat as-Salik”, (naar het Engels) vertaald door shaykh Nuh Keller, als “Reliance of the Traveller”:
“Het is geldig voor een Shafi’i de leiding van een imam te volgen die een andere school van jurisprudentie volgt wanneer de volger er niet zeker van is dat de imam een verplicht onderdeel van het gebed heeft weggelaten, maar als (hij er) zeker (van is) dat de imam er een heeft weggelaten, is het niet geldig om hem te volgen. De geldigheid wordt uitsluitend gebaseerd op het geloof van de volgeling of iets verplichts is weggelaten.”
(والاعتبار باعتقاد المأموم). “[Pp. 183-184 van "Reliance of the Traveller", herziene uitgave].