De viering van de mawlid uit het oogpunt van de Shafi’i school

Posted by on Jan 26, 2012 in Aanbevolen, Andere Zaken, Usul al-Fiqh | 0 comments

De viering van mawlid uit het oogpunt van de Shafi’i School

In de huidige eeuw zijn er diverse werken voor en tegen de viering van de geboorte van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) verschenen. In het kort: degenen die tegen deze viering zijn, zijn ofwel volgelingen van een van de vier de scholen [mutamadhhibin] of mensen die deze scholen niet volgen (o.a. sommigen van de hedendaagse Salafiyyah). Het primaire standpunt van beide partijen is dat de viering een handeling is die zowel de Profeet (s.a.w.s.) als zijn metgezellen niet verrichtten. Als antwoord op deze bewering hebben diverse geleerden replieken geschreven. Sommigen weidden onafhankelijke geschriften aan het onderwerp, terwijl anderen het bespraken in grotere werken.

Een andere benadering is vereist om deze beide partijen te antwoorden. De werken van de geleerden uit het verleden volstaan als een antwoord op degenen die de madhahib niet volgen. Samengevat, hun argumenten kunnen als volgt worden weergegeven:

1. Het niet verrichten door de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) duidt niet op ontoelaatbaarheid [at-tark la yaqtadi at-tahrim]. De hadith van Khalid ibn Walid (die mutaffaqun ‘aleyhi is d.w.z. Bukhari en Muslim zijn het erover eens dat deze authentiek is) die een hagedis at nadat de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) zich daarvan onthield, dient als een overvloedig bewijs om dit punt vast te stellen.

2. Niet alle innovatie / vernieuwing (bid’ah) is noodzakelijk misleiding. Dientengevolge deelden geleerden vernieuwing in tweeën op: goed en slecht. Uitblinkende geleerden uit het verleden die expliciet aan de opsplitsing van vernieuwing vasthielden waren talrijk, waaronder: al-imam Muhammad ibn Idris ash-Shafi’i, al-imam al-Bayhaqi, al-imam an-Nawawi, Ibn Hajar al-’Asqalani, Ibn Hajar al-Haytami en imam al-Suyuti.

3. Binnen de sunnah bestaan er bepaalde overleveringen die de indruk opwekken dat de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) daadwerkelijk zijn eigen verjaardag vierde. Imam Muslim levert over dat de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) werd gevraagd over het vasten op maandag, waarop hij antwoordde: “Dat is de dag waarop ik werd geboren.”

4. Andere overleveringen suggereren dat de metgezellen zich verheugden en poëzie zongen betreffende de geboorte van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam). De oom van de Profeet, ‘Abbas ibn ‘Abd il-Muttalib, schreef poëzie die de geboorte van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) herdacht en hij verzocht daarna om toestemming om dit reciteren. De Profeet stond het niet alleen toe, maar bad voor zijn oom door Allah te vragen zijn mond te beschermen. Daarna reciteerde ‘Abbas (radiya’Allahu ‘anhu) wat mogelijk de eerste mawlid ooit was: “En wanneer jij werd geboren (O Profeet) scheen de aarde helder en de horizon straalde licht.”

5. Juridische analogie. De grootste aanhanger van dit punt is de grote geleerde en hafizh Ibn Hajar al-‘Asqalani. Hij merkte op dat toen de Boodschapper (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) in Medina arriveerde, hij de joden aantrof die vastten op de 10e van Muharram en informeerde waarom zij vastten. Zij antwoordden dat het de dag was waarop Allah Musa (a.s.) redde en de Farao verdronk; en derhalve, vastten zij als uiting van dank en dankbaarheid aan Allah. De Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) zei toen: “Ik heb meer recht op Musa dan jullie” en hij vastte eveneens terwijl hij zijn metgezellen instrueerde ook te vasten. Ibn Hajar redeneert dat in deze overlevering correct bewijs gevonden kan worden om te vieren en dankbaarheid te betuigen voor een gunst die Allah op een bepaalde dag heeft verleend.

Nu, als antwoord aan de volgelingen van de madhahib, is de centrale beschouwing wat een bepaalde madhhab heeft te zeggen over het onderwerp (d.w.z. de toelaatbaarheid van mawlid). Dit is vastgelegd in de fiqh van de Shaf’i school en derhalve dient er dienovereenkomstig mee omgegaan te worden. De eerste benadering van de juristen met betrekking tot iedere fiqh aangelegenheid is er een van naql. Alleen bij afwezigheid van naql gaat men over tot het onderzoek van nusus (de teksten van de Qur’an en Sunnah) of de rede. Een mening binnen onze school bestaat en maakt derhalve de noodzaak voor een onderzoek van nusus overbodig. Het openen van de deur om het standpunt van de madhhab inzake deze mas’alah te veranderen zou anderen toestaan hetzelfde te doen voor andere  masa’il. Een oppervlakkig overzicht wordt hieronder gegeven van geleerden in de Shafi’i school die van mening waren dat de mawlid aanbevolen wordt:

1. al-Imam an-Nawawi’s shaykh, hoofd van de beroemde Syrische school, Dar al-Hadith al-Ashrafiyyah, de grote Shafi’i jurist en traditionist, ‘Abd ur-Rahman ibn Isma’il, ook wel bekend als Abu Shamah. Hij zegt in zijn Risalah:

“En tot de beste geïnnoveerde acties in deze tijden behoren die acties die ieder jaar plaatsvinden die samenvallen met de geboorte van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) zoals liefdadigheid, goede daden, persoonlijke verfraaiing, vreugde, enzovoorts, aangezien zij spreken over liefde en eerbied voor de geliefde Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam)…”

2. De shaykh van Hafiz Ibn Hajar al-’Asqalani, Siraj ud-Din ‘Umar ibn Raslan ash-Shafi’i zei in al-Mawaz wa’l-‘Itibar, dat al-Maqrizi zei dat shaykh al-Bulqini, zijn zoons, en de rechters van de vier madhahib in zijn tijd, allemaal de mawlid van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) bijwoonden.

3. Met betrekking tot de erkende commentator van al-Imam al-Bukhari’s Sahih, Hafiz al-Dunya, ‘allamah Ibn Hajar al-’Asqalani, ter aanvulling op het bovenstaande, leverde zijn student al-imam as-Suyuti over dat hij van mening was dit indien de mawlid alleen uit goede acties bestaat, het dan als een goede innovatie wordt beschouwd.

4. Al-imam as-Suyuti schreef een volledige verhandeling over de aanbeveling van de mawlid viering.

5.  In zijn Fatawa, vermeldt al-Hafiz as-Sakhawi dat alhoewel de mawlid niet werd gedaan door onze vrome voorgangers, het nog altijd een grote deugd is.  As-Sakhawi schreef zelf ook een mawlid.

6. Al-imam al-Qastalani vraagt Allah in zijn al-Mawahib al-Laduniyyah om Zijn genade uit te storten over de mensen die de geboorte van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) vieren.

7. ‘Allamah Ibn Hajar al-Haytami, wiens meningen het standpunt vertegenwoordigen op grond waarvan fatwa wordt gegeven in de Shafi’i school, keurt de mawlid goed in zijn al-Fatawa al-Fiqhiyyah al-Kubra.

Tot aan heden heb ik geen enkele jurist van de klassieke juristen van de school gezien die deze praktijk veroordeelden. Derhalve is het officiële standpunt van de Shafi’i school dat de viering van zijn (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam) geboortedag niet alleen toegestaan, maar aanbevolen is.

Moderne Shafi’i geleerden die deze viering eveneens hebben aanbevolen onder vele anderen zijn: de voormalige Shaykh van al-Azhar Universiteit Hasanayn Makhluf, Dr. Muhammad Sa’id Ramadan al-Buti, Egypte’s officiële mufti Dr. Ali Jumu’ah en de grote geleerde en spirituele gids, sayyidi  al-Habib ‘Umar ibn Hafiz.

In sommige delen van de moslimwereld wordt de mawlid niet specifiek beperkt tot de maand Rabi’ ul-Awwal. Dit wordt in acht genomen door de Ba’Alawi familie en tariqah. Hun mawlid, die in essentie de Profetische biografie samengesteld in poezie is, wordt op een wekelijkse basis gevierd, normaal gesproken op donderdagavond, gedurende het gehele jaar. Het hoofddoel achter het lezen is om het publiek bekend te maken met de gebeurtenissen die plaatsvonden in het leven van de Profeet (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam), door in de harten liefde voor Allah’s grootste geliefde  (al-Habib al-’Azam) in te prenten, Muhammad ibn ‘Abdillah (sall’Allahu ‘alayhi wa sallam).

Het doel van deze paper is niet om de meningen te veranderen van degenen die tegen de mawlid zijn, maar eerder om een omgeving van tolerantie te scheppen waar individuen, zowel voor als tegen, de standpunten van elkaar kunnen waarderen. Het feit dat imam ash-Shafi’i van mening verschilde met zijn leraar, imam Malik, betekende niet dat hij, ash-Shafi’i, vijandig ten op zichte van hem werd. Laat een mas’alah mukhtalaf fihi niet de oorzaak zijn voor het betrokken raken in bepaalde activiteiten – zoals slecht spreken, roddelen en dergelijken – deze zijn haram op grond van consensus.

Ml. Abdurragmaan Khan

10th Jumada’l-Akhir 1432

Vertaald en bewerkt door Harun

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>