Isbaal

Posted by on Sep 4, 2011 in Aanbevolen | 0 comments

Vraag:

Er zijn ongetwijfeld talrijke ahadith die het laten hangen van het kledingstuk onder de enkels ontmoedigen. Mijn vraag is wat het Shafi’i standpunt in deze is: is het haraam? Of is de hukm (het oordeel) alleen toepasselijk wanneer het uit trots gedaan wordt? Jazaakumullah

Antwoord:

الحمد لله رب العالمين ، وصلى الله على سيدنا محمد وعلى آله وصحبه أجمعين، وبالله التوفيق

De mu’tamad (dominante/heersende en gezaghebbende) positie van de Shafi’i school is dat het haraam is om het kledingstuk beneden de enkels te laten vallen wanneer gedaan uit arrogantie, hooghartigheid of trots, maar dat het afgekeurd wordt (makruh) wanneer gedaan zonder trots. De volgende gezaghebbende citaten lichten dit oordeel nader toe.

Imam an-Nawawi (rahmatullahi ‘aleyhi) voorziet de hiernavolgende hadith in zijn Sharh (uitleg) van Sahih Muslim van het (volgende) commentaar:

“Waarlijk Rasulullah (sallallahu ‘aleyhi wa sallam) zei: ‘Allah zal niet kijken naar degene wie zijn kledingstuk uit khuyala‘ (trots, opscheppen, arrogantie) draagt.”1

“En het is niet toegestaan [het kledingstuk en de tulband] te laten hangen onder de enkels wanneer gedaan uit arrogantie. En wanneer het wordt gedaan vanwege iets anders dan arrogantie, dan is het makruh (afgekeurd) en de letterlijke betekenissen van de overleveringen die het laten hangen van de kledingstukken onder de enkels verwijzen naar het doen uit arrogantie. En er is een nass (tekst of uitspraak; juridisch bewijs) van imam ash-Shafi’i dat luidt dat hij een onderscheid maakte tussen de twee gevallen. En er is consensus (ijma‘) van de ‘ulama dat het toegestaan is voor vrouwen hun kledingstukkken te laten hangen (isbal). En het is authentiek van de Profeet (sallallahu ‘alayhi wa sallam) overgeleverd dat hij toestemming aan de vrouwen gaf om hun kleren lag te laten hangen ter lengte van een arm. En Allah weet het het beste!”

Hij gaat door met te zeggen dat het mustahabb (aanbevolen) dat het kledingstuk ter hoogte van het scheenbeen hangt vanwege de hadith van Ibn Sa’d:

“Het kledingstuk van de mu’min bevindt zich op de hoogte van het midden van zijn scheenbeen, er treft hem geen blaam over wat zich daartussen en de enkels bevindt, maar wat zich daaronder bevindt, is in het vuur!”

De mustahabb (aanbevolen) mening is dat het zich ter hoogte van het midden van het scheenbeen dient te bevinden, en het is toegestaan, zonder dat dit afgekeurd wordt, tot op de enkels en wat beneden de twee enkels is, is (dan) verboden (mamnu’). Wanneer het gedaan wordt uit arrogantie dan is het mamnu‘ met het verbod van een haraam oordeel en als het niet gedaan wordt uit arrogantie dan is het suggestief verboden (tanzih).

Imam an-Nawawi (rahmatullahi ‘aleyhi – moge Allah  hem Genade schenken) zegt ook in ar-Rawdah at-Talibin:

“Het is harām de thawb (kledingstuk, gewaad, jurk of kleed) te verlengen onder de enkels wanneer gedaan uit khuyalā’ (arrogantie, trots, hooghartigheid). Het is makrūh (afgekeurd) wanneer gedaan wegens andere redenen dan khuyalā’. Er is geen verschil betreffende dit (d.w.z. isbāl en het oordeel daarover) in het geval van salāh of enige andere situatie. De sirāwīl en de izār (middel kledingstuk) vallen onder de hukm (oordeel) over de thawb.”

De Imām van de Sunnah, de autoriteit van de Shāfi’īyyah, al-Khatīb ash-Shirbīnī (rahimahullāh) zegt in zijn al-Mughnī al-Muhtāj ilā Ma’rifat Mā’ānī Alfāth Minhāj:

“Het is harām om de kwastjes naar beneden laten vallen aangezien dit fāhish (een kwaad) is en het laten hangen van de thawb (kledingstuk) eveneens beneden de ka’bayn (enkels) vanwege khuyalā’ [is harām]. En dat het makrūh (afgekeurd) is vanwege andere redenen dan deze (d.w.z. wanneer niet gedaan uit khuyālā’).”

In de middeleeuwen droegen de edelen en rijken hun kleding onder hun enkels uit hooghartigheid en trots. Vanwege deze reden verbiedt de islam zo’n daad. Want niemand is beter dan een ander behalve door taqwa (vroomheid) en niemand weet daadwerkelijk wie rechtvaardiger is dan een ander, behalve de controleerder van de harten, de schepper van allen, Allah (de Verhevene). Voorwaar, de islam verbiedt arrogantie en alles wat daarmee samenhangt volledig.

Het verbod op het laag laten hangen van iemands kledingstuk onder de enkels, het over de aarde slepende, komt voort uit een Koranvers dat luidt:

“En loop niet op de aarde met verwaandheid en arrogantie!” [17:37]

En  ook:

“En draai je gezicht niet weg van de mensen loop niet trots op de aarde. Waarlijk, Allah houdt van geen enkele arrogante opschepper.” (31:18)

De Geliefde Profeet Mohammed  (sall’Allāhu ‘aleyhi wa sallam) zei:

“Iemand die een atoom aan gewicht in kibr (arrogantie) in zijn hart heeft zal het Paradijs niet binnengaan.” [Sahih Muslim]

Hij definieerde kibr (arrogantie) als:

“Het verwerpen van de waarheid en het neerkijken op de mensen.” [Overgeleverd door Bukhari en Muslim]

Hij (sall’Allāhu ‘aleyhi wa sallam) waarschuwde ook:

“Zal ik jullie informeren over (de  eigenschappen) van de mensen van de Hel? Het is de gewelddadige, onbeschaamde en trotse persoon.” [Overgeleverd door Bukhari en Muslim van Harithah ibn Wahb]

In Sahih Al-Bukhari heeft de imam een hoofdstuk met de titel: باب من جر إزاره من غير خيلاء  Het hoofdstuk over wie zijn kledingstuk beneden zijn enkels laat hangen zonder trots.

In dit hoofdstuk neemt imam al-Bukhari de volgende overlevering van de Profeet Mohammed (sall’Allahu ‘aleyhi wa sallam) op:

De Nabi (sall’Allahu ‘aleyhi wa sallam) zei:

“Allah zal op de Dag des Oordeels niet kijken naar de persoon die zijn kledingstuk (achter zich) draagt uit verwaandheid!” Daarop zei Abu Bakr (radiya Allahu ‘anhu): ‘Oh Rasulullah! Een kant van mijn izar hangt laag als ik er geen zorg aan schenk.” De Profeet zei tegen hem: “Jij behoort niet tot degenen die dat doen uit verwaandheid!”

Er is nog een andere overlevering van Abu Bakra in Sahih Al-Bukhari, in hetzelfde hoofdstuk zoals hierboven genoemd, waar de Nabi (sallallahu ‘aleyhi wa sallam) zei:

‘…stond haastig op, zijn kledingstuk (over de grond) dragende, totdat hij de masjid bereikte. [Het het was het zonsverduisteringsgebed.]

Toch zijn er ook authentieke overleveringen zoals in de Musannaf van Ibn Abi Shaybah waar de Nabi (sallallahu ‘alayhi wa sallam) Ibn ‘Umar opdroeg zijn kledingstuk boven zijn enkels op te tillen tot op zijn scheenbeen, terwijl we zeker weten dat hij dit niet uit arrogantie deed. Het Shafi’i standpunt verzoent deze overleveringen met elkaar en acht het afgekeurd om het kledingstuk beneden de enkels te laten hagen zonder arrogantie en absoluut verboden wanneer gedaan uit trots.

والله  أعلموالله  أعلم

En Allah weet het het beste.

Shafiifiqh.com Fatwa Afdeling

Vertaald en bewerkt door Harun ar-Rashid

  1. Sahih Muslim hadith electronisch nummer 3887, Imam an-Nawawi legt de woorden ‘zal niet kijken naar wie’ d.w.z. ‘zal niet naar hem kijken met Allah’s Genade – Rahmah. []

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>